Zzp’er in schemerzone tussen werk en thuis

Waar eindigt werk, en begint thuis? Als zzp’er werk je overal, en begeef je je voortdurend in een schemerzone. Omdat aandacht maar één keer te besteden is, ligt versnippering op de loer. Hoe weersta je de wederzijdse lokroep?

Ik ervaar continu verleidingen. Mijn mail. Mijn tijdlijn. Het thuisfront. Ik pak mijn wapens maar weer eens op en trek ten strijde. Maar de vijand is nergens te bekennen. Die zit namelijk in mij. Hoe bestrijd je die dan?

Ondernemen is jezelf leren kennen. Dat kan best pijnlijk zijn. Langzaam maar zeker komen alle gevoeligheden en pijnpunten aan de oppervlakte. Met name als je je comfort zone verlaat, de druk wordt opgevoerd en het erom spant. De sleutel tot succes heb je zelf in handen, dus ga je door. Om het een beetje leefbaar te houden, is het handig om goede afspraken te maken. Met jezelf en met het thuisfront. Want daar komt nogal wat explosiegevaar voor. Privé ligt gevoelig. Je wilt toch geen keiharde tante (of ongevoelige vent) zijn die het bedrijf boven partner en kind stelt?

Overwerken? Een keertje dan
Wat dat betreft zijn de rollen omgedraaid. Vroeger ging ‘werk nog voor het meisje’ (of de jongen) en oogstte je respect als je je vrije uurtjes inruilde voor werken voor de baas. Nu wordt ‘tijd’ gezien als een van de meest waardevolle dingen in het leven. We gaan er dan ook behoedzaam mee om. Overwerken? Ja, een keertje dan. Want betrokken zijn bij het bedrijf waarvoor je werkt, betekent nog niet dat je baas of klant onbeperkt een beroep op je mag doen. We maken heldere afspraken met onszelf. Vrije tijd, daar kom je niet zomaar aan. Toch?

Dodelijk voor de creativiteit
Eén blik in mijn omgeving, en deze stelling kan de prullenbak in. Zzp’ers zijn slecht in het stellen van grenzen. Met argumenten als ‘de klant is koning’ of ‘de hypotheek moet betaald worden’ werken zelfstandigen regelmatig ’s avonds en in het weekend door. Als ze er dus al een werkdag of -week op hebben zitten. Ben je dan nog productief? Niet echt, maar je bent in ieder geval bezig. En daarmee hebben we de verleiding te pakken: nog even iets doen. Mail checken, klusje afmaken. Dat geeft een goed gevoel. Wat een minder goed gevoel geeft, is dat je in die spaarzame vrije uurtjes maar voor de helft aanwezig bent. Misschien heb je er zelf geen last van, maar je kinderen wel. En je partner vast ook, behalve als hij of zij zelf de aandacht ook graag verdeelt. Uiteindelijk ben je zelf ook de klos, want door continu je aandacht te verdelen, wordt het steeds moeilijker om je op één ding te richten. Die verloren vrije tijd lijken we overdag in te willen halen, bijvoorbeeld door dat telefoontje van je zus te beantwoorden. Daar had je gisteravond geen tijd voor, want je was aan het werk! Het gevolg is dat je aandacht op twee fronten wordt versnipperd. Dodelijk voor de creativiteit. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik kan als tekstschrijver niet zonder een dagelijkse dosis. En dus ging ik afspraken maken, met mijn partner en met mezelf.

Regel 1: Partner met kind thuis? Ik ben weg. Partner met kind thuis en ik ook thuis? IK BEN ER NIET (en sta dus niet open voor een gesprek over boodschappen, de was, of wat we komend weekend gaan doen). Mijn tip: ga buitenshuis werken.

Regel 2: Een werkdag is een werkdag. Oké, een tandartsbezoek of gesprek bij het kinderdagverblijf daargelaten, maar verder ben ik aan het werk. Koffiedrinken en lunchen vallen daar ook onder, maar dan wel met mensen uit mijn netwerk. Tip: laat je vrienden weten wat je werkdagen zijn.

Regel 3: Wat is er leuk aan een mama- of papa-dag: tijd met je kind doorbrengen of proberen een paar klusjes af te ronden, terwijl je telefoon gaat en je kind om aandacht vraagt? Mijn tip: maak een keuze, alleen dan wordt het een leuke dag (en dat was toch het doel).

En nee, dit zijn geen zaken die zzp’ers zich niet kunnen veroorloven. Ik geef je een rekenvoorbeeld. ‘Ik ben er niet’ zeggen (en herhalen) kost je niets, behalve doorzettingsvermogen. Buitenshuis werken? Ik betaal er nog geen honderd euro per maand voor. Ik heb dan een gedeelde werkplek, met prima voorzieningen zoals een fijne bureaustoel, gratis koffie en een aparte ruimte voor overleg. Oké, ik zit hier niet fulltime, dan zou ik het dubbele betalen. Door thuis te werken spaar je kosten uit, maar lukt het je om gemotiveerd te blijven en productief te zijn? Een koffietentje als werkplek klinkt leuk, maar de afleiding is enorm. Al die latte’s kosten al snel een paar tientjes per week en ik vermoed dat je hier een stuk minder productief bent voor je klanten. Je loopt dus omzet mis, die je wel kunt maken vanaf een professionele werkplek.

‘Moest jij niet werken vandaag?’
Eerlijk is eerlijk: regel 2 is mijn ‘guilty pleasure’. De nadelen zijn niet direct voelbaar. Toch heeft het ook weer te maken met aandacht, en die kun je maar een keer besteden. Al die appjes, blikken op je tijdlijn, tussendoor-telefoontjes of koffiedates nemen een hap uit kostbare werktijd. Ik noem ze maar even de gouden uren. Als je met jezelf afspreekt zo weinig mogelijk ’s avonds en in het weekend te werken, zal het overdag moeten gebeuren. Wel zo fijn, want de meeste mensen zijn dan bereikbaar en we zijn er met ons hoofd volop bij, avondmensen daargelaten. Hoe meer vrienden en/of familieleden weten wanneer jij aan het werk bent, hoe vaker je te horen krijgt: moest jij niet werken vandaag? En die telefoontjes, die blijven dan gewoon uit.

Dankbaar voor riante kinderopvangtoeslag
Al voordat mijn kind er was, wist ik precies hoe ik het zou gaan regelen met werk en de zorg voor mijn baby. Heel veel liep anders, maar één ding bleef staan: als ik aan het werk ben, zorgt iemand anders voor mijn kind. Ziehier de basis van mijn derde regel. Ik ben de overheid heel dankbaar voor het feit dat de kinderopvangtoeslag riant is en alleen maar rianter wordt. Het betekent dat ik zonder failliet te gaan, mijn kind naar de opvang kan brengen en mijn aandacht op mijn werk kan richten. Deze regel is de meest persoonlijke, en voor degenen die wat eenvoudiger multitasken, is het combineren van werk en zorg misschien wel te doen. Mij viel op dat mijn omgeving bijna van me verwachtte dat ik zou gaan multitasken. Mijn keuze voor een kinderdagverblijf moest ik als het ware verantwoorden. Gelukkig had ik dat verantwoorden al onder de knie vanwege mijn keuze om zzp’er te worden, zo’n vier jaar geleden.

Ambitie betekent kiezen
Wat blijft er met al die regeltjes nog over van de vrijheid, waar zzp’ers altijd zo hoog over opgeven? Voor mij komt vrijheid altijd samen met verantwoordelijkheid. Ik neem de vrijheid om te werken voor wie ik wil, maar ik ben ook ambitieus. Ik weiger mijn bedrijf als ‘iets leuks voor erbij’ te zien. Als ik deze gedachte toelaat, zal mijn bedrijf ook nooit meer dan ‘iets leuks voor erbij’ worden. Ik wil succesvol zijn. In de praktijk betekent deze ambitie: kiezen. Werken, of voor mijn kind zorgen. Dat werkdagen ook daadwerkelijk werkdagen zijn. Dat als mijn kind ziek is, ik samen met mijn partner beslis wie er thuis blijft. Dat afspraken afspraken zijn. Logisch, maar de verleidingen zijn vele. En voor een moeder (en vader) zijn ze ontelbaar.

Laat je klant maar praten

Voorkom een worsteling met je klant. Hoe? Verzamel vanaf de eerste kennismaking informatie, en houd daar nooit meer mee op. Herken denkpatronen, en stem je vragen plus het tempo waarin je ze stelt, erop af.

Onder de titel ‘Verkopen zonder te verkopen’ gaf Isolde Roggeveen op donderdag 24 juni 2016 een workshop tijdens CoWorkDay, een regelmatig terugkerend event bij de Ondernemersvallei in Ede. In deze community werken een tiental ondernemers onder het motto ‘Samen kom je verder dan alleen’. Ze delen er een professionele werkplek en gaan een stevig potje sparren niet uit de weg.

Spaak
Elke ondernemer loopt weleens vast. Vaak heeft dat te maken met het verkopen van je product of dienst. Of, beter gezegd, met het niet verkopen ervan. Waarom loopt het keer op keer spaak als er een handtekening gezet moet worden? Workshopleider Isolde legt de vinger op de zere plek. ‘Omdat je in het begin te weinig tijd hebt geïnvesteerd.’ En dat is nog niet alles. ‘Zorg ervoor dat je de taal van je klant gaat spreken’, is haar boodschap. Hoe je die taal ofwel de denkpatronen van je klant herkent, daar gaat deze CoWorkDay over.

Wie bepaalt?
Omdat jij degene bent die straks het gesprek aangaat met je klant, beginnen de deelnemers bij zichzelf (en elkaar). In groepjes ontdekt deze mix van studenten, starters en meer ervaren ondernemers of ze reactief of proactief zijn, intern of extern gerefereerd en of ze ergens naar toe gaan of juist iets proberen te vermijden. Je taalgebruik ‘verklapt’ je denkpatroon, ervaren de deelnemers. Start je je zinnen met ‘Ik vind…’, dan ben je intern gerefereerd en bepaal jij of een opdracht doorgaat (of niet). Merk je dat degene aan de andere kant van de lijn aarzelt en om meer tijd vraagt? Dit hoeft niet te betekenen dat hij geen interesse heeft in je product of dienst. Het zou zomaar kunnen dat dit een extern gerefereerd persoon is, die het prettig vindt om op een rustig moment jouw informatie door te nemen én anderen te raadplegen. Dus stel gewoon voor dat je over een week terugbelt, en besef hoe waardevol de informatie is die je zojuist hebt verzameld.

70% aan het woord
Isolde stipt nog aan dat er tientallen denkpatronen zijn, die je allemaal kunt herkennen, mits je de persoon tegenover je (of aan de andere kant van de lijn) maar laat praten. ‘Is jouw gesprekspartner zo’n 70% van de tijd aan het woord? Dan zit je goed’, lacht ze.

Waarom en hoe klonteren zzp’ers samen?

Ben je werknemer, dan is thuiswerken ideaal. De vrijheid om je werk te doen waar je maar wilt, wanneer je maar wilt, is een secundaire arbeidsvoorwaarde om trots op te zijn. Ik liep er ongegeneerd mee te koop. Nu ben ik zzp’er en fiets ik vrijwillig elke dag op en neer naar mijn werk. Omdat ik er mijn brood zowel haal als breng.

Na twee jaar zzp’en gaf ik het thuiswerken definitief op. Wat ik zag als een broedplaats voor ideeën, bleek een kat in de zak. Ik verruilde mijn zolderkamer voor een werkplek waar ik met andere zzp´ers samenklonter. Hier gebeurt het, in tegenstelling tot thuis, waar ik om mezelf heen blijf draaien en voortdurend in de verleiding kom om mijn werktijd aan privézaken te besteden.

Wat gebeurt er precies als je tien zzp’ers bij elkaar in een ruimte zet? Hoe kwam ik mijn zolderkamer af en belandde ik, via koffietentjes, Seats2Meet-locaties en hotellounges bij een ietwat saaie, kantoorachtige werkplek?

Utopia
Ik zag het voor me. Als ik de stekker uit mijn baan zou trekken, zou ik in Utopia belanden. Niet in de versie zoals die op tv is, maar in de ouderwetse betekenis van het woord: een ideale wereld, waarin ik aan het roer stond, en vanuit mijn eigen huis een keur aan klanten zou bedienen met mijn teksten. Deze ambitie heb ik in de afgelopen drie jaar grotendeels gerealiseerd, met één verschil: ik heb het roer verplaatst naar een kantoor, op een steenworp afstand van mijn huis.

Tweerichtingsverkeer
Sociaal contact is volgens onderzoek van ZZP Barometer het belangrijkste argument om zich wel of niet ergens te vestigen, zeggen zzp’ers die werken vanuit een eigen kantoor (21,7%) of flexwerkplek (13,4%). Voor bijna de helft van de zzp’ers is dit geen argument om de deur uit te gaan: zij werken voornamelijk vanuit huis. En dan is er nog de groep zelfstandigen die werkt vanaf locatie: bij de klant of opdrachtgever.

Wat ik thuis vooral miste – en ook niet vond tijdens het werken bij een klant – is het sociale contact met soortgenoten: zzp’ers dus. Die, net zoals ik, hun weg proberen te vinden in een nieuwe omgeving. Waarin je wordt overstelpt met uitnodigingen voor netwerkclubs, acquisitietips en musthaves voor de echte ondernemer. Best vermoeiend, en het vertroebelt de scherpe blik waarmee ik de markt wilde bestormen. Wat ik nodig had, waren mensen om me heen die mij konden helpen. Bij wie ik mijn verhaal kwijt kon. En die ik de week daarop weer zag, zodat ik hun verhaal aan kon horen en hun kon helpen. Zodat er tweerichtingsverkeer ontstond, en we ons niet elke keer opnieuw hoefden voor te stellen. Vergelijk het met collega’s, maar omdat we allemaal ons eigen brood moeten verdienen, zijn we heel gericht bezig. We vliegen in en uit op het moment dat het nodig is. Via WhatsApp onderhouden we contact en piepen we elkaar op als de nood aan de man is. Of soms ook omdat het een eenzame lunch dreigt te worden. En uiteraard is het koffieautomaat een plek waar de laatste nieuwtjes worden uitgewisseld en er flink wordt geroddeld over de nieuwe kantoor-buren: ‘Nou zeg, die mogen dat koffieautomaat ook weleens schoonmaken.’

Duurzame relaties
Waarom maandelijks huur betalen als je ook bij het koffietentje om de hoek kunt aanschuiven? Waar de koffie uiteraard geweldig is en de omgeving minstens zo inspireert als een ‘ouderwetse’ kantoorruimte? Omdat ondernemerschap voor mij draait om het aangaan van duurzame relaties. Contacten die ik bij de lokale Bagels&Beans opdeed, waren vluchtig en kregen geen vervolg. Als ik ze al opdeed, want meestal zat ik tussen een winkelend publiek, aangevuld met studenten en een enkele zzp’er. Omdat ik nooit wist of ik ze nog eens tegen zou komen (en inderdaad: zij kwamen mij daar niet meer tegen), investeerde ik er niet in. Waar ik wel waardevolle contacten opdeed, was bij Seats2Meet. Even een uitstapje, maar voor mijn route richting het Centrum voor Jong Ondernemerschap – waar ik nu zit – niet te missen.

Werkplek boeken
Ik zocht en vond een uitbreiding van mijn netwerk, inspiratie en sfeer bij Seats2Meet. Ik woon en werk in Ede, en na een korte zolderkamer-periode beproefde ik mijn ondernemersgeluk bij een Seats2Meet-locatie. Gloednieuw, net zoals mijn onderneming, dus dat moest wel klikken. Dat deed het. Binnen de kortste keren keek ik uit naar mijn wekelijkse trip richting de ReeHorst, een congrescentrum dat een ruimte beschikbaar stelde voor behoeftige zzp’ers en andere flexwerkers. Laagdrempelig was het zeker, want: gratis. Het was wel de bedoeling dat je iets bracht, in de vorm van jezelf. Eerst een werkplek boeken dus, en daarbij gaf je meteen aan wat jij de community te brengen had aan kennis. Ik vond het geweldig. Het speelde in op mijn nieuwsgierigheid en die van de overige flexwerkers: wie is wie, wat doe jij, dit doe ik, kun je mij hier mee helpen?

Maar al snel verschenen er scheurtjes in deze constructie. Er werden wel heel weinig zaaltjes geboekt, concludeerden de uitbaters (waar, zo bleek later, het geld mee verdiend moest worden). Er zaten vaak studenten van de plaatselijke hogeschool, en dan vooral rond lunchtijd (want: gratis). De eerlijkheid gebied mij om te zeggen dat ik deze ook nooit oversloeg. Wat ik vooral miste, was een fatsoenlijke bureaustoel. Verrassend genoeg was het ook nooit druk. Blijkbaar speelde het Seats2Meet-concept onvoldoende in op de behoefte onder de Edese zzp’er. Wat was eigenlijk die behoefte? Het bleef gissen, ook voor de partijen die achter de lancering van deze samenwerkplek in Ede zaten. Eén ding, nou ja: twee dingen, waren duidelijk: Seats2Meet trok de stekker eruit en ik moest op zoek naar een alternatief.

Uitgestorven kantines
Geen nood, want het zaadje was geplant. Samen met een paar zzp’ers die het scenario ‘zolderkamer’ uit alle macht probeerden te ontlopen, startte ik een zoektocht. Via lounges van hotels en uitgestorven kantines kwam ik terecht in een vervallen gebouw op de Edese Kenniscampus. Ik maakte kennis met het Centrum voor Jong Ondernemerschap (CvJO). Hier vond ik medestanders, en de belofte dat na een verhuizing de faciliteiten op orde zouden zijn: een fatsoenlijke kantoorruimte met fatsoenlijke bureaustoelen, zonder geluidsoverlast en inclusief koffie, wifi en een groep zzp’ers die elkaar vooruit zouden stuwen. Met een gerust hart ging ik met zwangerschapsverlof.

Ongevraagd advies
Anderhalf jaar later werk ik wekelijks een of twee keer in een omgeving die ondernemerschap ademt. Mijn werkplek heeft een professionele uitstraling en ik kan niet wachten om mijn klanten hier uit te nodigen. Als het nodig is, maak ik gebruik van een van onze vergaderruimtes. Een willekeurige ‘day at the office’ ziet er zo uit: vanochtend sprak ik de aanjager van het CvJO, met wie ik een evenement organiseer om onze nieuwe naam te lanceren. Hij wil mij graag bij een aantal van zijn contacten introduceren. Daarna praatte ik met een copywriter over hoe je als zzp’er om kan gaan met de onzekerheid, die onlosmakelijk is verbonden aan het ondernemerschap. Ik belde aan het eind van de ochtend een collega-tekstschrijver, terwijl ik boodschappen deed voor ons kantoor. Ik werkte de agenda op het prikbord bij en tijdens de lunch informeerde ik bij twee van mijn collega’s hoe zij hun acquisitie organiseren. ’s Middags schreef ik er dit artikel en vroeg ik een CvJO’er die ik sinds mijn Seats2Meet-periode ken, mee te lezen.

Voor mij is een vaste samenwerkplek een voorwaarde om het als zzp’er te maken: een thuisbasis voor mijn werkende leven. Ik kan hier mijn vragen neerleggen, net zoals ik dat voorheen bij collega’s kon. En ik kan een eerlijk antwoord verwachten, of ik krijg ongevraagd advies in de trant van: waarom heb ik nog niets over je nieuwe klus gelezen op LinkedIn?

Ik ben zzp’er, maar ook Hanneke Bulten, die zich voor 100% wil richten op andere dingen dan teksten, klanten, te plegen telefoontjes en deadlines. Dit inzicht kreeg ik pas na een hele tijd, waarin ik ook een zoontje kreeg. Die me dat waarschijnlijk deed beseffen. Ik werk nog regelmatig vanuit huis. Als ik geen zin heb om richting ‘kantoor’ te gaan. Als ik ruimte voor mezelf nodig heb. Als ik in opperste concentratie ben en de tijd voorbij vliegt. Maar meestal sta ik op met de gedachte: even ontbijten, mijn zoontje en vriend gedag zeggen, en dan hup op de fiets naar kantoor.

Voor dit artikel heb ik onderzoeksgegevens van ZZP Barometer gebruikt.

Gaat jouw tekst links- of rechtsaf?

Schrijven is: eerst praten, dan denken en dan pas doen. Er valt namelijk iets te kiezen. Je kunt linksaf, rechtsaf of rechtdoor. Bij die laatste optie blijf je op twee gedachten hinken. En daar heeft niet alleen de lezer last van, het beperkt jou ook bij het schrijven.

Hoe kies je een richting voor je tekst? Moet je niet gewoon beginnen en zien wat er uitkomt? Nee. Sla vooraf piketpaaltjes in de grond, en blijf daar binnen. Allereerst door op te schrijven wat het doel is van je tekst en hoeveel woorden je gaat gebruiken. Vervolgens:

Beperk je onderwerpen
Schrijf op waar je over gaat schrijven. Passen deze onderwerpen bij elkaar? Wat is een logische volgorde? Dragen ze bij aan je doel? Past iets niet, streep het door, maar gooi het niet weg. Bewaar het voor een andere tekst.

Van beschrijven naar beleven
In je tekst wil je noemen welke producten je aanbiedt. Of welke resultaten je het afgelopen jaar hebt bereikt. Maar een droge opsomming onthoudt niemand. Wil je je lezer informeren? Als je je punten verwerkt in een verhaal, vergroot je de kans dat je informatie blijft hangen.

Kies je stijl
Wie is je lezer en wie ben je zelf? Beantwoord deze twee vragen en bepaal of daar een informele of juist zakelijke schrijfstijl bij past. Lees hier meer over in mijn blog Is jouw klant een ‘u’ of een ‘jij’?

Schakel terug
Halverwege de tekst kom je tot stilstand. Je blijft met vragen zitten of twijfelt over ‘hoe nu verder’. Raffel je tekst niet af maar schakel terug. Denk terug aan de gesprekken met je opdrachtgever, bel hem als je iets mist. Neem je gevoel serieus: jouw tekst kan niet uit de lucht komen vallen.

Ik blog regelmatig over wat ik opsteek tijdens klantcontacten. Hoe doe jij het? Deel het met mij!
Volg mij op Twitter @hannekebulten

Is jouw klant een ‘u’ of ‘jij’?

Niets is zo ongrijpbaar als het moment waarop je besluit je klant te gaan tutoyeren. Je begint netjes met ‘u’, en opeens hoor je jezelf ‘jij’ zeggen. Niemand kijkt er raar van op. Het gaat vanzelf.

Tot zover tutoyeren in rechtstreeks contact. Hoe spreek jij je klant aan in teksten? ‘Het gaat vanzelf’ gaat hier niet op. Halverwege de tekst overschakelen staat slordig. Je kiest ‘u’ of ‘jij’ en daar blijft het bij. Dat doe je door goed te kijken: naar je klant, naar jezelf en naar de tekst.

Ken je klant
Bestaat jouw doelgroep uit 65-plussers, dan hoef je hier niet lang over na te denken. Dat wordt ‘u’. Dat geldt ook voor het andere uiterste. Je haalt het niet in je hoofd om achttienjarigen met ‘u’ aan te spreken. Twijfel je? Visualiseer! Zou je in een gesprek hem of haar snel overschakelen naar ‘jij’? Dan weet je voldoende.

Kijk in de spiegel
Waarom? Het gaat toch om je klant? Ja, maar het gaat ook om jou. Wat wil jij uitstralen? Ben je een informeel en direct type, dan past ‘jij’ beter. Kies waar jij je prettig bij voelt en hanteer dit consequent. Al voelt het onwennig, bedenk dat jij je product of dienst bent. En niemand anders.

Wie leest deze tekst?
Vraag jezelf af wie de tekst te zien krijgt. Is het een Facebook-post? ‘The medium is the message’, dus spreek de Facebooker aan met ‘jij’. In een officiële brief kun je ervoor kiezen om ‘u’ te gebruiken. Maak uitzonderingen op je regel, maar blijf herkenbaar voor je klant.

Ik blog regelmatig over wat ik opsteek tijdens klantcontacten. Hoe doe jij het? Deel het met mij!
Volg mij op Twitter @hannekebulten

Zo lever je bewijs

Je kunt het. Jouw bedrijf is er in gespecialiseerd. En toch wil die klant je eerst uitproberen. In de vorm van een proeftekst, proefles of dummy. Doe jij wat je zegt? Schrijf je inderdaad teksten ‘die de aandacht van de lezer trekken?’ Werkt jouw product of dienst?

Wantrouwend? Welnee. Jouw klant laat zijn gezonde verstand spreken. Hij wil weten of het klopt wat je op je website hebt staan. Zo ja, dan gaat hij graag met je in zee. Sta je met je mond vol tanden? Ga dan aan de slag met het verzamelen van je bewijs.

Zo laat je zien wat je kan:

Hou het simpel
Formuleer in één zin wat je doet. Vermijd overdreven taalgebruik, zoals ‘de beste, de enige, het mooiste.’ Laat dat aan je klant over om te beoordelen. Doe ook geen uitspraken die alleen maar vragen oproepen.

Laat het zien
Mijn klanten verwachten dat ik de Nederlandse taal op de juiste manier gebruik. Daarom doe ik mee aan het Groot Edes Dictee. Spannend, want helemaal foutloos ga ik het dictee niet maken, maar meedoen is belangrijk dan winnen: ik werk er aan mijn bewijs.

Koester kritiek
Kritische noten komen van iemand die aandacht heeft voor jou. Koester ze, en geef de aandacht terug: stel vragen, betrek ze, bijvoorbeeld bij het vaststellen of aanpassen van je proefaanbod.

Raadpleeg een leek
Wat voor jou gesneden koek is, laat een ander met een hoofd vol vraagtekens achter. Stap uit je ‘circle of trust’, sta open voor vragen die jou hoofdbrekens opleveren. Dit is de manier om te werken aan nog meer bewijs.

Ik blog regelmatig over wat ik opsteek tijdens klantcontacten. Hoe doe jij het? Deel het met mij!
Volg mij op Twitter @hannekebulten

Ontdek je werkplek

Waarom werk je op de ene plek lekker door en kom je op de andere niet verder dan staren naar je scherm? Omdat we mensen zijn in plaats van machines. We hebben meer nodig dan een laptop, telefoon, wifi en koffie. Wat dan? Een werkplek.

In ons hoofd kan het allemaal. Thuiswerken, flexwerken, kantoortuinen: er zijn geen loze uurtjes meer, de productiviteit schiet omhoog. Maar wat gaat de tijd langzaam. En waar blijven die plotselinge invallen, die normaalgesproken je brein binnensijpelen? Je mist iets. Of iemand.

Zo vind je de plek die bij je past:

Wie ben je?
Hier heb je geen tests, psycholoog of coach voor nodig. Zoek jij het contact met collega’s op of werk je het liefst in je eentje aan dat plan? Heb je anderen nodig om aan de slag te gaan? Of beschik je over een ijzeren discipline en heb je ’s ochtends om acht uur je mails al bekeken?

Wissel van plek
Probeer zoveel mogelijk plekken uit. Denk aan: de zolderkamer, het koffiecafé, een Seats2Meet-locatie, de kantoortuin. Test de plekken op je verschillende werkzaamheden: bellen, een offerte opstellen, overleggen, mails beantwoorden.

Werkt het?
Ervaar hoe een plek werkt. Heb je je to do-lijst afgewerkt? Wat lukte wel en op welk moment liep je vast? Zat je ondertussen steeds op de klok te kijken? En met welk gevoel klapte je je laptop dicht? Zou je hier morgen weer willen zitten?

Vergeet jezelf niet
Op het moment dat jij een werkplek betreedt, neem je iets mee. Jezelf (en je laptop, natuurlijk). Daarom werkt dezelfde werkplek op de ene dag lekker, en op de andere dag niet. Dat geldt ook voor je co-workers. Een slapeloze nacht gehad? Logisch dat je niet verder komt dan staren naar je scherm.

Ik blog regelmatig over wat ik opsteek tijdens klantcontacten.
Hoe doe jij het? Deel het met mij! Volg mij op Twitter @hannekebulten

 

Zo laat je ‘zelf doen’ varen

‘Zelf doen’. Was dit een van jouw favoriete uitspraken als kind? Dan is de kans groot dat je nu ook nog graag het werk naar je toetrekt. Want hoe meer, hoe beter, toch? En het geeft je zo’n heerlijk voldaan gevoel, aan het eind van de dag.

Zelf doen was vroeger een ontdekkingsreis. Nu beperkt het je wereld. Want je hebt het al zo vaak gedaan. Laat anderen voor je werken en ontdek welke kansen dit biedt. In plaats van te werken ga je werk regelen. Je huidige werk heb je ook zelf geregeld, dus je kunt het.

Zo laat je ‘zelf doen’ varen:

Wees streng voor jezelf
Denk je dat je het beter kunt? Dan blijf je altijd alles zelf doen. Vertrouw erop dat een ander de opdracht ook kan uitvoeren. Geef hem of haar alle informatie die nodig is, maar bemoei je niet met de uitvoering.

… en voor je werkers
Wie wil er voor jou werken en, belangrijker, wie wil je dat er voor jou werkt? Je hebt nu iets te kiezen. Haal het beste paard van stal. Wees streng, maar realistisch: onthoud dat het alternatief ‘zelf doen’ is.

Wees zakelijk
Zorg ervoor dat je meer verdient met het regelen van werk dan met het uitvoeren ervan. Het vraagt om andere vaardigheden, en het kost je tijd om die te ontwikkelen. Daar wil je iets voor terugkrijgen.

Blijf het gezicht
Bedenk dat je eindverantwoordelijk blijft. Je besteedt werk uit, je schuift het niet af. Repareer eventuele schade en besteed borrels, lastige telefoontjes of onderhandelingen niet uit. Jij bent het gezicht voor je opdrachtgever.

Wees eerlijk
Ervaar de vrijheid die het regelen van je werk geeft. Doe waar je hart naar uit gaat: iemand opleiden, gastlessen geven, een boek schrijven. Of een bedrijf starten. Toch niets voor jou? Dan kun je altijd nog zelf aan het werk.

Ik blog regelmatig over wat ik opsteek tijdens klantcontacten.
Hoe doe jij het? Deel het met mij! Volg mij op Twitter @hannekebulten

Kom weer aan (het) werk

Zestien weken. Deze tijd staat er voor het baren van een kind en het herstellen daarvan.
In de tussentijd moet je je ook voorbereiden op een heuse comeback. Want weer gaan werken houdt meer in dan na zestien weken je werkplek opzoeken en je pc aanzetten. Wat dan?

De omgeving ziet er anders uit. Je contacten hebben het afgelopen halfjaar heel andere dingen meegemaakt dan jij. Niet dat je stilstond, maar de belangrijkste ontwikkelingen in je vakgebied heb je gemist. Je bent wekenlang in beslag genomen door een baby, en daarom moet je je hersenen even de tijd geven. Om te wennen aan nadenken over andere dingen dan luiers, voedingen en slaapschema’s.

Zo werk je aan je comeback als moeder:

Houd jezelf in
Het is heel verleidelijk om, als het even kan, je mail te checken en meteen een paar mailtjes te beantwoorden. Niet handig, als je ’s nachts nog nauwelijks doorslaapt. Geef niet alleen je lichaam, maar ook je hersenen de tijd om bij te komen. Besteed je tijd aan wat nu je waardevolste bezit is: je baby.

Houd contact
Bang om buiten beeld te raken? Hoeft niet. Natuurlijk, die netwerkbijeenkomst een week na je bevalling laat je schieten. Maar je contacten een geboortekaartje sturen, is zo gedaan. En heb je je verlof aangekondigd, stuur dan ook een berichtje als je weer aan de slag gaat. Of nodig ze uit om bij te praten tijdens een verlate kraamvisite.

Luister
Waar begin je? Mail wegwerken, je website updaten, een eerste klus klaren: natuurlijk. Maar dé manier om weer aan (het) werk te komen, is je telefoon te pakken en je meest waardevolle bron aan te boren: je contacten. Luister en laat je inspireren. Dit heb je gemist.

Praat
Oké, je hebt veel gemist, het zij zo. Maar je bent ook een wereldervaring rijker. Gebruik dat. Je zult merken dat ‘kinderen’ een geliefd gespreksonderwerp zijn, zowel bij mannen als vrouwen, van alle leeftijden. Je kunt nu meepraten. Doe dat dan ook.

Ik blog regelmatig over wat ik opsteek tijdens klantcontacten. Doe jij het anders? Deel het met mij! Volg mij op Twitter @hannekebulten

 

Einde augurkentijd